Bovendien werd er een onderverdeling gemaakt op basis van het feit of er na een periode van regelmatige scleroseringsbehandelingen wel of geen obliteratie van de varices werd verkregen. Varices werden geacht geoblitereerd te zijn als ze bij endoscopische inspectie verdwenen waren of waren gereduceerd tot een solitaire venectasie met een diameter kleiner dan. Aldus konden de patiënten in groep I (volledige obliteratie) en groep ii (onvolledige obliteratie) worden ingedeeld. Om de gegevens van groep i en ii te kunnen vergelijken werden recidiefbloedingen in deze groepen geregistreerd vanaf twee maanden na eerste sclerotherapie, omdat dit de gemiddelde tijd was die nodig was om in groep i obliteratie van varices te verkrijgen. De overlevingsduur van de gehele groep en van groep i en ii afzonderlijk werd geanalyseerd vanaf het tijdstip van de eerste sclerotherapie, en ook de recidiefbloedingen van de gehele groep werden geanalyseerd vanaf de eerste sclerotherapie. Met behulp van de methode volgens Kaplan en meier werd het cumulatieve overlevingspercentage en het cumulatieve percentage recidiefbloedingen berekend. 15, statistische verschillen werden berekend met behulp van de toets van Kruskal en Wallis zoals beschreven door Breslow. De kaplan-meier-methode houdt rekening met het feit dat patiënten uit de studie verdwijnen door overlijden, het ontstaan van recidiefbloedingen of het beëindigen van controle.

Per scleroseringsbehandeling bedroeg de totale hoeveelheid geïnjicieerde vloeistof maximaal. De endoscopie werd verricht met een gif-it of gif-k2 endoscoop (Olympus). Voor injectie van de scleroseringsvloeistof werd een catheter gebruikt met een uitschuifbare naald met een uitwendige diameter van 0,8 mm en een lengte van 0,5. Indien bij de eerste endoscopie de bloeding zo hevig was dat er onvoldoende zicht werd verkregen, dan bestond de behandeling uit tamponade van de bloeding met de sengstaken-Blakemore-ballon en werd de endoscopie binnen 24 uur herhaald. Slechts enkele patiënten werden behandeld met vasopressine of somatostatine. Als bij het eerste endoscopische onderzoek patiënt niet meer actief bloedde, doch er wel tekenen waren van een recente bloeding uit slokdarmvarices, dan werd dit als een slokdarmvaricesbloeding beschouwd en werden de varices gescleroseerd. Na de eerste scleroseringsbehandeling werden herhalingsscleroseringen verricht na 3 dagen, 1 week, 3 weken, 6 weken, 3 en 6 maanden of bij een recidiefbloeding. De gegevens van deze wijs patiënten werden retrospectief geanalyseerd. Op basis van de klinische vette gegevens bij eerste sclerotherapie werden de patiënten ingedeeld met behulp van hun score in de classificatie volgens Child en Pugh. 14, deze score wordt bepaald op grond van de aan- of afwezigheid van ascites, encefalopathie, verlengde protrombinetijd en het plasmagehalte aan albumine en bilirubine. In volgorde van ernst van de ziekte worden de patiënten dan ingedeeld in de volgende groepen: Child-Pugh-klasse a, score kleiner dan 6, goede klinische conditie; Child-Pugh-klasse b, score tussen 7 en 9, matige conditie; Child-Pugh-klasse c, score groter dan 10, slechte conditie.

Sclerosering van oesophagusvarices via een starre endoscoop werd reeds in 1939 door Crafoord en Frenckner beschreven 6 en kwam opnieuw in de neiging belangstelling na invoering van de flexibele endoscopie na 1973. 7, er zijn pickled inmiddels vele studies verschenen over de waarde van de endoscopische sclerotherapie onder acute en electieve omstandigheden en over sclerotherapie als profylactische maatregel bij patiënten met slokdarmvarices die nog nooit gebloed hebben. Vanuit ons centrum werden de eerste resultaten gerapporteerd in 1985. 13, dit betrof een retrospectief onderzoek van 53 patiënten. De conclusie was dat 38 van hen een recidiefbloeding kreeg in het eerste jaar en dat de sterfte na een jaar 34 bedroeg. Inmiddels is dit onderzoek uitgebreid tot 143 patiënten met een follow-up-duur van ruim 5 jaar. De sterfte en het vórkomen van recidiefbloedingen werd bij hen onderzocht. Bovendien werd nagegaan of er groepen onderscheiden kunnen worden met een relatief gunstig en een minder gunstig beloop. Patiënten en methode, in de periode van oktober 1979 tot november 1987 werden 143 nieuwe patiënten (99 mannen en 44 vrouwen) met een bloeding uit slokdarmvarices behandeld met behulp van endoscopische sclerosering. Het merendeel van deze patiënten bleef na de bloeding onder onze controle voor electieve sclerotherapie. Enkele klinische gegevens van deze patiënten zijn samengevat in de tabel.

Slokdarmspataders / oesophagusvarices (of ook slokdarmvarices


Inleiding, zie ook de artikelen. Inleiding, bij patiënten met portale hypertensie vormen bloedingen uit slokdarmvarices een complicatie met een sterfte variërend van 14 tot. 1 2, de behandeling in het acute stadium is gericht op het verkrijgen van hemostase. Tamponade met de sengstaken-Blakemore-ballon is een voor dit doel geschikte en effectieve methode. De therapeutische waarde van intraveneuze toediening van vaso-actieve stoffen zoals vasopressine, glypressine of somatostatine, is omstreden. 3, het aanleggen van een shunt tussen flauwvallen de portale en de grote circulatie of het verrichten van een transsectie van de slokdarm zijn ingrepen met een hoge sterfte als ze in de acute fase worden uitgevoerd. 4 5, endoscopische sclerotherapie kan zowel in de acute fase als op electieve basis worden verricht.

Respiratie - okcompleet vaktechnisch


Gewichtsverlies en anorexie, met of zonder verandering van de ontlasting/stoelgang, wijzen op gi-kanker. Een geschiedenis van cirrose of chronische hepatitis  duidt op oesofageale varices. Dysfagie duidt op oesofageale kanker of strictuur. Braken en kokhalzen voor de aanvang van het bloeden duidt op een Mallory-weiss scheur van de slokdarm, hoewel ongeveer 50 van de patiënten met Mallory-weiss scheuren deze geschiedenis niet hebben. Een geschiedenis van bloeden (bijv. Purpura, ecchymose, hematuria) kan wijzen op een bloedingsdiathese (bijv. Bloederige diarree, koorts, en abdominale pijn wijzen op ischemische colitis, inflammatoire darmziekten (bijv. Ulceratieve colitis, ziekte van Crohn of een infectieuze colitis (bijv.

Orthostatische veranderingen in de thrombose hartslag (een verandering van 10 slagen/min) of bloeddruk ( een daling van 10 mm Hg) ontwikkelen zich vaak na acuut verlies van 2 eenheden bloed. Echter, het doen van orthostatische metingen is onverstandig bij patiënten met een ernstige bloeding (veroorzaakt mogelijk een syncope en deze metingen hebben meestal een gebrek aan sensitiviteit en specificiteit als een maat van intravasculair volume, vooral bij oudere patiënten. Er wordt gezocht naar externe stigmata van bloedingstoornissen (bijv. Petechiën, ecchymosen omdat het signalen zijn van chronische leverziekte (bijv. Spider angiomas, ascites, palmair erytheem) en portale hypertensie (bijv. Een digitaal schimmelinfectie rectaal onderzoek is noodzakelijk om te zoeken naar de kleur van de ontlasting, de hoeveelheid, en groeven.

Anoscopie wordt uitgevoerd voor de diagnose van hemorroïden. Het chemisch testen van een ontlastingsmonster op occult bloed maakt het onderzoek compleet als dik bloed niet aanwezig. Enkele bevindingen duiden op hypovolemie of hemorrhagische shock: syncope, hypotensie, pallor, diaphoresis en tachycardie. Interpretatie van de resultaten, de anamnese en het lichamelijk onderzoek is bij ongeveer 50 van de patiënten suggestief, maar nadere diagnostiek is meestal nodig: Epigastrisch abdominaal ongemak dat wordt verlicht door voedel of antaciden duidt op peptische zweren. Veel patiënten met bloedende zweren hebben echter geen pijngeschiedenis.

The best Laser Treatments for Dark skin Allure


Het kan echter moeilijk zijn om de hoeveelheid te bepalen, omdat zelfs kleine hoeveelheden bloed (5 tot 10 mL) de kleur van het water in een toilet al in opaak rood veranderen en bescheiden hoeveelheden van uitgebraakt bloed lijken al enorm voor een angstige patiënt. Echter, de meesten kunnen het verschil wel zien tussen bloedstrepen, een paar theelepels bloed en bloedklonters. Aan patiënten met hematemesis moet gevraagd worden of het bloed al voorkwam bij het initiële braken of pas na een initiële (of meerdere) niet-bloederige emesis. Aan patiënten met rectale bloeding dient gevraagd te worden of er sprake was van zuiver bloed. Was het bloed gemengd met ontlasting, pus of slijm; óf dat het bloed de ontlasting bedekte.

Aan patiënten met bloederige diarree dient gevraagd te worden naar reizen of andere mogelijke blootstelling aan gi-pathogenen. Vraag naar het beloop: abdominaal ongemak, gewichtverlies, snel bloeden of blauwe plekken, eerdere resultaten van colonoscopie, symptomen van anemie (bijv. Zwakheid, snel vermoeid, duizeligheid). Medische geschiedenis moet informatie geven over eerdere een gi-bloeding (gediagnosticeerd of niet-gediagnosticeerd een bekende inflammatoire darmziekte, bloedingsdiathesen, en leverziekte; en het gebruik van middelen die de kans op bloeding of chronische leverziekte doen toenemen (bijv. Lichamelijk onderzoek, algemeen onderzoek focust op vitale tekenen en andere indicatoren van shock of hypovolemie (bijv. Tachycardie, tachypneu, pallor, diaphoresis, oligurie, verwardheid) en anemie (bijv. Patiënten met mindere mate van bloeden kunnen gewoonweg een simpele tachycardie hebben (hartslag 100).

Damesverzorging ontdek het aanbod Gratis bezorging de bijenkorf

Duodenumulcus (2030 maagduodenumerosie (2030 varices (1520 maagulcus (1020). Mallory-weiss scheur (510 erosieve oesophagitis (510 angioma (510). Arterioveneuze malformatie ( 5 gastro-intestinale stromale tumor (gist lage gi-bloeding. Anale fissuren, angiodysplasie (vasculaire ectasia colitis: postradiatie, ischemie, infectieus, coloncarcinoom. Colonpoliepen, diverticulose, inflammatoire bowel disease: ulcerative proctitis/colitis, Crohn's disease. Hemorrhoïden, koop dunne darmbloeding (zeldzaam angioma, arterioveneuze malformatie, meckel's divertikel. Tumor, diagnose, stabilisatie vór en tijdens de diagnostische evaluatie is uiteraard elementair! Anamnese, aan de hand hemochromatose van de geschiedenis van de aanwezige ziekte kan men proberen de hoeveelheid en frequentie van bloedpassage vast te stellen.

sclerotherapie van de slokdarm
Juni 2012 by hollandse Smoushonden Club - issuu

Home - ankie willems

Vaak wordt een onderscheidt gemaakt tussen i) hoge met gi-bloeding (boven het ligament van Treitz ii) lage gi-bloeding en iii) dunne darmbloeding. Bloedingen, door welke oorzaak dan ook, is waarschijnlijker en potentieel ook ernstiger, bij patiënten met een chronische leverziekte (bijv. Door alcoholmisbruik of chronische hepatitis hereditaire stollingsstoornissen of bij patiënten, die bepaalde geneesmiddelen gebruiken. Geneesmiddelen die in verband staan met gi-bloedingen omvatten anticoagulantia (bijv. Heparine, acenocoumarol middelen die de trombocytenfunctie beïnvloeden (bijv. Aspirine en bepaalde andere nsaids, copidogrel, ssris) en middelen, die de mucosale verdediging aantasten (bijv. Tabel 1 Oorzaken van gi-bloeding, bovenste gi-bloeding.


Ongeveer 100 tot 200 mL bloed is nodig in de ischias bovenste gi-tractus om melena te veroorzaken, die kan aanhouden tot enkele dagen nadat het bloeden is gestopt. Zwarte ontlasting die geen occult bloed bevat kan het gevolg zijn van de inname van ijzer, bismut, of ander voedsel, en moet niet worden verward met melena. Chronisch occult bloeden kan zich overal in de gi-tractus voordoen, en kan worden opgespoord door middel van een chemische test van een ontlastingmonster. . Acuut, ernstig bloeden kan ook overal in de gi-tractus voorkomen. Patiënten kunnen tekenen laten zien van shock. Patiënten met een onderliggende ischemische hartziekte kunnen angina of mi ontwikkelen vanwege hypoperfusie. Gi-bloeding kan hepatische encefalopathie of het hepatorenaal syndroom versnellen. Oorzaken, er zijn vele mogelijke oorzaken (Tabel 1).

Manuele lymfedrainage vodder kinezi

Inleiding, gI-bloedingen kunnen overal optreden in het traject tussen de mond en de anus. Ze kunnen klinisch manifest of occult zijn. De manifestaties zijn afhankelijk van de locatie en de ernst van het bloeden. Hematochezia is de passage van dik bloed uit het rectum. Het duidt gewoonlijk op een lage gi-bloeding, maar kan ook het resultaat zijn van een flinke hogere gi-bloeding met snelle doorvoer door de darmen. Hematemesis is het braken van rood bloed, het wijst op een hoge gi-bloeding, meestal van een arteriële bron of een spatader. Coffee-ground emesis is het braken van donkerbruin, korrelig materiaal dat lijkt op coffee grounds. Het komt voort uit een hoge gi-bloeding die is vertraagd of gestopt, met omzetting van rood Hb tot bruin hematine door maagzuur. Melena is zwarte, teerachtige ontlasting, en is een typische aanwijzing voor een hoge gi-bloeding, maar bloeding vanuit een bron in dunne darm of het rechter colon kan ook de oorzaak zijn.

Sclerotherapie van de slokdarm
Rated 4/5 based on 692 reviews